Tijdens onze vroege tocht door zuid Frankrijk een paar jaar geleden, werden we verrast door de enorme hoeveelheid bokkenorchissen. Daarvoor moet je niet alleen op de juiste tijd in het jaar maar vooral op de juiste plaats zijn.
Waar de bermen regelmatig gemaaid worden zul je hem niet vinden want het zaad komt pas in september vrij. Ook moet er voedselarme (=stikstof) maar wel kalkrijke grond zijn en bij voorkeur een warm klimaat. Hij was vroeger te vinden langs onze duinen en sinds de klimaatopwarming nu ook tot in Denemarken. In zuid Europa is hij eigenlijk zeer algemeen.
Vanaf eind mei tot eind juni schiet de plant ineens uit de grond omhoog en kan tot een meter hoog worden. De bloemen zijn bleek gekleurd en de bleekgroene bladeren zijn breed en vaak beschadigd zodat je op afstand zou denken dat het vingerhoedskruid betreft.
Dichterbij bekeken, val je van de ene verbazing in de andere. De lip bevat opgerolde dunne slippen die in een paar dagen uitrollen tot lange slierten en dan spiraliseren tot merkwaardige kurkentrekkers. Je kunt dat mooi zien gebeuren omdat aan één plant bloemen in verschillende stadia voorkomen. Op de slippen zitten kleine rode papillen in een patroon, waarvan men denkt dat het een bewegwijzering voor insecten is.
De bloemen hebben een korte spoor maar die bevat geen nectar. Toch schijnen er diverse soorten bijen op af te komen, maar ik heb nooit iets anders gezien dan een paar vliegjes. De aantrekkingskracht zit hem in de zeer specifieke geur. Het is een mengsel van verschillende stoffen, waaronder ammonia en caprinezuur waar insecten op afkomen die hun eitjes in rottend vlees of ander organisch materiaal plegen te leggen. Mogelijk draagt de vorm van de slippen bij aan de verspreiding van de geur.
De oude Grieken herkenden de nogal penetrante geur als die van bronstige geitenbokken. Vandaar de naam bokkenorchis. De geur is zo karakteristiek dat ze dachten ze dat de planten uit het sperma van de bokken voortkwamen
Moderne stadsmensen zullen gewoon vinden dat ze stinken. Waarom deze plant nu speciaal de geur van bronstige bokken imiteert en niet die van een andere hitsige diersoort is me nog niet duidelijk geworden.
Wel vond ik dat het caprinezuur (genaamd naar het Latijnse woord Capra voor geit ) een bestanddeel is dat niet alleen veel in geitenmelk voorkomt maar ook in kokosmelk en palmolie en ook veelvuldig door de parfumindustrie wordt gebruikt, maar of dat alleen voor herenparfums of ook voor damesgeurtjes geldt, weet ik niet.
Dokter Anders





