pestkopUit het “fietsenhok” van de middelbare, eigenlijk een enorme kelder voor een paar duizend fietsen onder de supergrote scholengemeenschap, klonk geschreeuw. Het was de bully van klas 4b, een vadsig jong met roze babyface, zittenblijver en enige zoon van de directeur van de bank, die tegenover de school woonde. Hij stond tegenover een veel kleiner kind uit de brugklas met een nieuwe fatbike. “Die is van mij” brieste hij’ “Geef hier of ik doe je wat”. Het kind sidderde van angst. “Nee, die is niet van jou”. De dikke bully deed een pas naar voren en greep het stuur. “Die moet ik hebben om mee thuis te komen, laat los”.

Er ontstond een opstootje rond de twee. De andere jongens en meiden van de brugklas kwamen er omheen staan. “Hou je poot stijf” en “Laat je de kaas niet van het brood eten”. Het kleine jong begon te huilen. “Niet janken, joh, geef hem van katoen” klonk er vanuit de achterhoede. Die laatste aanmoediging werkte bij de bully op z’n lachspieren. “Kom maar op als je durft. Ik ben veel sterker en sla je met één klap naar de andere kant van dit fietsenhok”. De tranen biggelden nu over de wangen van de jongen die de fatbike pas voor z’n verjaardag had gekregen. Hij woonde op een flinke afstand aan het andere eind van de grote polder. “Hou je rug recht, ik roep m’n vader”. Bully keek spottend naar de jongen die dit riep. “Hé schele brillenjood, moet jij je vader niet gaan helpen met putje scheppen?” Het werd stil. Ook wie toch een beetje moest lachen, hield zich in.

Nu drong zich een lange jongen uit klas 6-gym tussen de intussen flink uitgegroeide menigte. Hij was een kop groter dan bully en kwam met een brede grijns schuin achter hem, aaide hem over de dikke armen, fluisterde iets in zijn oor en bood hem een spekkoek aan. ”Vuile slijmbal” klonk het haast onhoorbaar en binnensmonds uit verschillende kanten van de menigte. De bully droop samen met de lachende fluisteraar af. “Ik krijg je nog wel en dat stomme rotding ook”, zei hij nog met de vuist omhoog en een arrogante blik achterom kijkend. De kleine jongen veegde zijn tranen en maakte zich dankzij de kracht van het elektromotortje snel uit de voeten.

De volgende dag werd er nog in alle klassen over het incident gepraat. Het was de zoveelste keer dat de bully voor ophef had gezorgd, en het werd steeds gekker. Iedereen had een hekel aan hem, maar was ook bang voor hem.
De jongen uit de zesde was opeens de held van de school. Hij werd geroemd en geprezen. De rector sprak hem toe. “Jij zult het nog ver schoppen, misschien wordt je wel diplomaat.” De jongen trok zoals altijd een brede grijs, wuifde het compliment van de hand en zei, “Ach meneer het was niks bijzonders. Ik speelde gewoon oliemannetje”

dr andersPS Iedere overeenkomst met bestaande personen is puur toeval.

Doctor Anders